Zeiltocht naar ‘D-day beaches’ in Normandie

Met de ontwikkelingen van de COVID-19 verspreiding bleef het lang tijd onduidelijk, of een zeilvakantie in de zomer van 2020 uberhaupt wel mogelijk zou zijn. Wekelijks nieuwe maatregelen van diverse Europese landen op het gebied van ‘samenscholen’, ‘afstand houden’ en het al dan niet toelaten van Nederlanders tot hun grondgebied; dit maakte het plannen van een vakantietocht er niet eenvoudig op…..

Sinds het begin van het jaar onderhielden we contact met een klein groepje andere zeilers, die van plan waren om net als wij, met hun gezin, een week of 3 te gaan zeilen. Waarheen? We hielden twee opties open: naar de zuidkust van Engeland (Isle of Wight) of Normandie. Toen duidelijk werd, dat Engeland code ‘oranje’ zou blijven was dit voor sommige deelnemers een reden om toch zelf een andere vakantie-bestemming te kiezen. Via het forum van ‘de Toerzeilers’ vonden we uiteindelijk nog een gezin dat zich bij ons en de andere overgebleven boot wilde aansluiten. Een LIVE droog palaver organiseren in een 1,5m samenleving is nog best een uitdaging, maar uiteindelijk lukte het toch om met elkaar kennis te maken en de verschillende vakantie wensen af te stemmen. 

Beeld-11-10-2020-15-45-28
IMG_3549
IMG_3541
Deelnemers aan de vakantietocht 2020; v.l.n.r. ‘Moby-Dick’ (Catalina 36) – ‘Momo’ (Friendship 35) – ‘Yippie Yo’ (Farrier 31).

Waarheen? Omdat Engeland geen realistisch reisdoel was, spraken we af om op basis van de weersverwachting ofwel naar Denemarken ofwel naar Frankrijk te vertrekken; het werd uiteindelijk dit laatste. De unieke combinatie van boten zorgde ervoor dat ook de kleinere havens voor ons als groepje toegankelijk waren, terwijl ook door geringe diepgang en/of hefkiel droogvallende riviertjes bevaren konden worden. En hoe het aanzienlijke snelheidsverschil zou uitpakken zouden we verder wel zien…

Route heenweg (20 juli Stellendam - 29 juli Ouistreham)

Schematische afbeelding van de heenreis: Stellendam – Blankenberghe – Gravelines – Boulogne – Le Treport – St Valery en Caux – Fecamp – Ouistreham.

In onderling overleg was besloten om op maandagochtend te vetrekken vanuit Stellendam; dus hadden we de zaterdag om naar IJmuiden te komen en de zondag om de Maasmond over te steken. Onze jongste matroos had helaas een vervelende buikgriep onder de leden, maar dat klaarde op toen we ’s avonds laat in IJmuiden arriveerden. De volgende dag bleek er nauwelijks wind te staan op zee, en konden we zonder moeite onze weg naar Stellendam vinden (wel even aanmelden bij sector Maasmond en het juiste kanaal uitluisteren; die ferries gaan hard !!).Die maandag vertrokken we volgens plan ’s ochtends vroeg richting Blankenberge (Belgie). Ik heb er helaas niet veel van meegekregen, omdat ik totaal door de buikgriep geveld was en niets binnen kon houden. Gelukkig kreeg de schipper hulp van de kids, waar nodig. De volgende dag ging het gelukkig beter en kon ik ook genieten van onze tocht naar Gravelines (Frankrijk). Dit bleek een authentiek vestingstadje, gelegen aan een lange droogvallende rivierbedding. De haven was beschut en werd continu gevoed met vers water uit de landinwaarts gelegen rivier. Dit maakte het een prima plek voor de kids om samen wat te zwemmen en rond te pieren met de bijboot. Ideaal hoor! Konden wij als ouders even lekker samen borrelen op een van de boten.

Gravelines; zicht vanaf de vesting over de droogvallende bedding en de bedding bij eb.

De volgende ochtend, het was inmiddels woensdag, vertrokken we rond hoog water naar Boulgne-sur-Mer. Een nadeel van deze kleine, pittoreske vestingstad is dat de aankomst- en vertrektijd altijd wordt bepaald door het getij. In ons geval vertrokken we bij schemerdonker richting zee; best wel spannend als je je realiseert dat het een smal kanaal is en je een onzichtbare kronkelende geul moet volgen om niet vast te lopen! Een groter contrast tussen het kneuterige haventje van Gravelines en het grootschalige Boulogne is haast niet denkbaar. Tot onze grote verrassing kwamen we, daar eenmaal aangekomen, een grote groep Nederlandse boten tegen. Een groot deel van de zeildames uit die groep kende ik nog van Zeemancipatie-weekenden waaraan ik had deelgenomen. Ze zouden met hun 45-voeters de volgende dag naar Fecamp doorvaren.

Onze groep bestond, naast de ouders, uit in totaal 7 jongens (leeftijd 8-17 jaar). Uiteraard hadden de jongens wel zin in een stukje zwemmen op het strand van Boulogne. Met de bijbootjes was een tocht naar het strand best te doen; helaas was de lokale politie wat geïrriteerd geraakt doordat de opgeschoten jeugd uit de andere Nederlandse groep zojuist een dinghy-wedstrijd had gehouden en werden we acuut weggestuurd. Toen de buitenboord motor uitviel, was het nog een hele toer om terug in de haven te komen. En had niemand de kans gehad om te zwemmen. We besloten niet langer dan een dag in Boulogne te blijven en trokken verder naar het zuiden.

Ons volgende reisdoel was in eerste instantie St Valery-sur-Somme, maar we hadden er onvoldoende rekening mee gehouden dat het invaren van de Somme-delta nogal een smal tijdsvenster had (zelfs voor onze boten). We werden overvallen door een complete windstilte en de enige mogelijkheid was verder op de motor. Hierdoor werd de snelste boot opeens de langzaamste (want alleen met buitenboord-motor uitgerust) en werd door de schipper van Momo aangeboden deze op sleeptouw te nemen. Desondanks waren we te laat om nog de Somme op te kunnen varen, en verlegden we de koers naar het zuidelijker gelegen Le Treport.

a8d62217-6035-4625-9d63-6c7531f307d5
Flink gas erop; maar niet op tijd voor St Valery-sur-Somme.

Het bleek nog niet zo’n verkeerde keus om naar Le Treport te gaan; eigenlijk was dit een heel erg leuke bestemming! Een getijde haven met alle boten achter een flinke sluisdeur, die slechts enkele keren per uur opengaat (alleen rond vloed). Inmiddels was de wind weer aangetrokken, en omdat wij door een combinatie van oversized genua en weinig diepgang niet erg hoog aan de wind kunnen varen kwamen we precies op het juiste moment aan (de anderen lagen te wachten aan een meerboei). Hier stond de sluisdeur net open, en werd de toegang geregeld door de sluiswachter/havenmeester die het licht op groen zette nadat we ons hadden gemeld over de marifoon. De lichten werden echter omgezet nog voordat we erdoor waren, zodat ik in verwarring het roer omgooide. Ik wist echter niet, dat in het midden van het bekken voor de sluisdeur een grote zandbank/ondiepte lag. En dat daar al menig jacht op was vastgelopen met aflopend tij (foto’s van de onfortuinlijke zeilers te zien in het havenkantoor). De havenmeester schrok zich dan ook een hoedje! Met onze geringe diepgang kregen we een plaatsje helemaal achterin de haven. In Le Treport hielden we onze eerste rustdag, en konden we een flinke wandeling maken over de kliffen.

   BBQ op het strand en de drooggevallen haven van St Valery-en-Caux.

De volgende etappe ging naar St Valery-en-Caux, ook een havenplaatsje met een grote witte klif, maar iets minder grootschalig dan Le Treport. Na onverwacht lang wachten (de sluis bleek helaas net open en dicht gegaan) in een veel te klein wachtbekken met te weinig wachtboeien mochten we het sluisdeurtje door. Deze was eigenlijk wel erg smal voor de trimaran, maar het paste net. Aanleggen was nog wel een uitdaging in de smalle haven met behoorlijk snel stromend water. Maar wat een pittoresk plaatsje is dit, vond iedereen! Vooral ook de combinatie met de witte kliffen en het strand met de gladde keien. We besloten weer een extra dagje te blijven om de omgeving te verkennen.

Een extra rustdagje kwam goed uit, want nadat ook middelste zoon ten prooi was gevallen aan de buikgriep een paar dagen eerder, werden ook oudste zoon en een van de andere ouders geveld. In dit geval was het: hoe ouder hoe zieker, dus ik hoopte van harte dat we verder niemand hadden aangestoken. Het was dan misschien wel geen Corona, maar nog steeds niet prettig om onder de leden te hebben.

Na St Valery-en-Caux een korte etappe naar Fecamp. Omdat het weer de komende dagen minder goed werd waren we min of meer gedwongen om daar te wachten, tot het beter zou worden. Helaas blijkt de haven van Fecamp bekend te staan om het feit dat er weinig beschutting is en er veel deining kan staan vanuit zee. Gelukkig hadden wij vrij dicht bij de Capitainerie aangelegd en waren de golven daar minder hoog. De watersportwinkel naast de haven verkocht rubberen dempers en wij konden voor de tweede nacht nog net een setje op de kop tikken. Qua haven was dit dan misschien geen grote aanrader (het sanitair al helemaal niet) maar het was wel interessant om de omgeving te verkennen. Het hoogtepunt was wel het bezoek aan de bunkers van Cap Fagnet, op de noordelijke krijtrots.

   Cap Fagnet met uitzicht naar het noorden; uitzicht naar het zuiden over de haven van Fecamp.

Nadat we flink hadden kunnen uitrusten in Fecamp, was het tijd voor de laatste etappe richting Ouistreham. Dit plaatsje is bekend geworden vanwege de strategische ligging van de zgn Pegasus Bridge in de Tweede Wereldoorlog. De port de plaisance van Ouistreham is iets landinwaarts gelegen aan een kanaal met voldoende diepgang om binnendoor naar Caen te varen. De toegang naar dit kanaal vanaf de droogvallende rivierbedding wordt geregeld door een sluis. Ook deze gaat weer alleen rond vloed open, en als je per ongeluk te vroeg bent, moet je een plekje zoeken aan het steigertje dat meer bedoeld lijkt voor open vissersbootjes. Het haventje zelf is beschut gelegen onder een aantal flinke populieren en nodigt uit om te gaan zwemmen (dat mag alleen niet, bleek later). Na het aanleggen beleefden we een primeur: het bereiden en eten van onze eigen, zelf gevangen makrelen!

Vanuit Ouistreham kunnen diverse uitstapjes gemaakt worden (wel een auto huren!) naar de talrijke musea die informatie geven over de landing van de invasietroepen in 1944. Wij zijn gaan kijken in Arromanches, waar destijds de kunstmatige haven ‘Mulberry B’ is aangelegd (Gold Beach) om de aanvoer van materieel en manschappen mogelijk te maken. Het Musee du Debarquement in Arromanches en de bunkers bij Longues-sur-Mer, even verderop, geven een indruk van wat zich daar destijds heeft afgespeeld. Dichterbij, in Benouville/Ranville kan het moderne museum bezocht worden over de strategische inname van de brug over het kanaal naar Caen, direct aan het begin van de invasie. Hierbij werden zweefvliegtuigen ingezet! Werkelijk een aanrader.

Route terugweg (1 aug Ouistreham - 8 aug Enkhuizen)

Schematische weergave van de terugreis: Ouistreham – Dieppe – Boulogne – Duinkerke – Cadzand (-IJmuiden – Enkhuizen).

Met een mengeling van gezonde spanning en ook het gevoel van ‘jammer, dat we alweer terug naar huis moeten’ verlieten we op 1 augustus de haven van Ouistreham. De avond ervoor hadden we nog het ziekenhuis van Caen bezocht, omdat onze middelste zoon zijn been had open gesneden aan schelpen, tijdens het spelen op het strand. Dat was een flink litteken geworden en hij moest de komende weken zijn been in een spalk houden (niet erg praktisch op een boot en ook wel erg warm tijdens een hittegolf). Maar het was niet anders, en bovendien zouden we de komende dagen toch voornamelijk aan het varen zijn. Want we moesten immers weer een flinke afstand af gaan leggen, en wilden dat in grotere etappes doen dan op de heenweg.

Allereerst gingen we naar Dieppe, een onverwacht leuke grotere plaats met een karakteristiek centrum. De havenfaciliteiten waren niet optimaal, maar wellicht zijn wij wat kritischer over deze zaken gaan nadenken als gevolg van COVID-19….. In Dieppe hebben we een dagje vrij genomen om de stad te verkennen (grote pier met vissers, oude stadskern en burcht, diverse terrasjes).

Rustdagje in Dieppe.

De volgende dag stond een lange etappe naar Boulogne op het programma, waarbij we twee keer het tij mee, en een keer het tij tegen zouden krijgen. Dit werd een behoorlijk pittige dag, omdat we een flinke bui over ons heen kregen, en de wind onvoorspeld de hele middag rond de 6 Bft zou liggen. Er waren eigenlijk geen uitwijkhavens op dit traject, met name omdat er aanlandige wind stond en daarbij eventuele havens niet toegankelijk waren met laag tij. We besloten om flink te reven en ook de motor bij te zetten, zodat we zoveel mogelijk hoogte konden maken bij de niet optimale zeilvoering. Het was een prettig idee om nu met een buddy (Momo) te varen, zodat je elkaar een beetje in de gaten kunt houden!

We kwamen nu alweer in de buurt van Nederland, want de dag erna trokken we door naar Duinkerke. Dit was een spectaculaire tocht met veel grote ferries die af en aan varen richting Engeland. Gelukkig ook met prachtig weer!

Dit is wel heeeel erg dichtbij; maar gelukkig varen wij buiten de vaargeul!
etappes heen nm etappes terug nm
IJmuiden-Stellendam 51 Ouistreham-Dieppe 72
Stellendam-Blankenberge 55 Dieppe-Boulogne sur Mer 54*
Blankenberge-Gravelines 47 Boulogne sur Mer-Duinkerke 42
Gravelines-Boulogne sur Mer 40 Duinkerke-Cadzand 52
Boulogne sur Mer-Le Treport 50 Cadzand-IJmuiden 86
Le Treport-St Valery en Caux 43
St Valery en Caux-Fecamp 16
Fecamp-Ouistreham 40
Geschatte gevaren afstanden; * zonder opkruisen (werkelijk gevaren afstand ligt hoger).

Tot slot.....

Dit was onze eerste kennismaking met het fenomeen ‘zeilvakantie in een groep’. Tot nu toe hebben wij altijd als boot alleen rondgezeild. Met een groep van WSV De Pieterman en De Karperskuyl hebben we destijds onze eerste Noordzee mijlen gevaren; maar ondanks alle voordelen van het zeilen in een groep bleek toen wel dat de groepssamenstelling essentieel is wil iedereen het goed naar zijn zin hebben.

Dit jaar was het door de COVID-perikelen niet toegestaan om een officiele Toerzeilers-vakantietocht te laten plaatsvinden. Via het forum van de Toerzeilers-website kwamen we echter tot een alternatieve groepsformatie. Met een beetje improviseren was het toch nog mogelijk om een aantal droge palavers te houden (leve Teams en Zoom!) en elkaar van te voren op 1,5m afstand te ontmoeten. Dat wij niet de enigen waren die het zo hadden aangepakt, bleek wel toen we in Frankrijk meerdere Toerzeilers tegenkwamen die ook samen optrokken.

Ondanks dat het leeftijdsverschil van de jongens in onze groep aanzienlijk was, bleek dit in de praktijk geen problemen op te leveren. Sterker nog, tot in de late uurtjes werden samen allerlei spellen gespeeld waarvan ik het bestaan niet eens afwist. Dus hadden we ook eens tijd voor een volwassen gesprek, en daar is het andere jaren toch niet vaak van gekomen. En hoe hadden we anders geleerd om zelf makrelen te vangen?

Volgend jaar weer, als de omstandigheden het toelaten! (Want je weet tegenwoordig maar nooit.)

Benieuwd naar onze andere reizen? Snel naar:

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *