Zeilvakantie In Denemarken

Zeilvakantie in Denemarken

Dit jaar hebben letterlijk en figuurlijk onze grenzen verlegd….. we zijn met de boot naar Denemarken getrokken! Het idee van een verre zeilvakantie is beetje bij beetje gegroeid sinds vorige zomer. In de haven van Terschelling kwamen we andere zeilers tegen, die richting Denemarken gingen of juist uit de Duitse bocht waren aangekomen. Destijds leek dat voor ons totaal niet haalbaar, en ik heb toen ook niet serieus overwogen of het iets voor ons zou zijn. Want de zeilers die wij ontmoetten hadden of veel oudere kinderen of het waren twintigers; voor ons gezin zou het veel te ver zijn. Dacht ik.

Naar Denemarken zeilen met kinderen

Maar geleidelijk aan groeide het idee en hebben we steeds meer ervaring opgedaan, waardoor we deze lente dachten: we gaan ervoor! Gelukkig konden we allebei 4 weken vrij krijgen, dat moest ook wel lang genoeg zijn. Het idee dat je na zo’n lange tocht ook nog wel op tijd terug moest zijn, weer of geen weer, gaf de nodige buikpijn vooraf. Maar ja, als je je alleen door dat soort twijfels laat leiden dan kom je ook nergens.

De voorbereiding hebben we de afgelopen maanden echt wel serieus opgepakt, zoals je elders op mijn blog kunt lezen. Afgezien van de zeezeil-cursus van mijn man jaren geleden, hadden we geen ervaring en ons verste punt samen was Ameland, afgelopen jaar (zie mijn blog). We hebben daarom van meet af aan besloten de doelen niet te hoog te leggen, immers: “het moet voor iedereen leuk blijven, en de Duitse wadden zijn ook een prachtig gebied om je vakantie door te brengen, dus we zien wel hoever we komen”.

Vertrek uit Terschelling op 31 juli.

Van Terschelling naar Brunsbuttel

Met bovenstaande in gedachten trokken we ’s ochtends in de schemering door het zeegat tussen Terschelling en Vlieland. De kids nog op een oor, ondanks het geronk van de motor. Als ik heel eerlijk ben, was ik behoorlijk zenuwachtig. Vooral voor het ’s nachts zeilen, maar ook omdat er een kleine storing over zou trekken die ochtend, waarbij flinke wind en neerslag voorspeld waren. Het zinde mij niks dat we dan op zee zouden zitten en geen beschutting konden vinden. De storing trok uiteindelijk aan het eind van de ochtend over, en was kort maar (inderdaad) heftig. Een soort tropische bui, vrijwel geen zicht, maar de wind viel mee. Eigenlijk was er sowieso niet heel veel wind die dag. We hebben continu de motor aan gehad, om maar voldoende op te schieten. (We hadden gehoord, dat de overtocht naar Cuxhaven in 30 uur te maken is; mits je een snelheid van gemiddeld van 6 knopen door het water zou maken.)

Na het avondeten ging ik alvast een uiltje knappen in de voorkajuit terwijl de jongens lekker buiten zaten. Ik moest wel erg wennen aan het enorme lawaai van stromend water langs de boeg, en het duurde even voordat ik kon slapen. Toen de jongste 2 naar bed gingen, was het mijn beurt om met de eerste wacht te gaan beginnen. We voeren inmiddels ter hoogte van Norderney. Ik kreeg nog een paar laatste instructies, over hoe de AIS ontvanger te bedienen en wanneer ik de schipper moest wakker maken, en toen taaide manlief ook af naar zijn kooi. Oudste zoon zou opblijven en mij vergezellen, maar na een half uurtje bleek hij toch te moe van een lange dag op zee. Dus ik was al snel alleen buiten. Mijn eerste keer ’s nachts op wacht, spannend! Gelukkig konden mijn ogen langzaam aan de duisternis wennen, want het was nog niet donker toen ik de wacht overnam en ook was het kort na volle maan. En wat was er veel te zien! Allerlei lichten van boten, windmolens, boeien en zelfs de vuurtoren van Helgoland. Maar het meeste prachtige van alles was de sterrenhemel, zo helder! Je kon zelfs sterrennevels zien en af en toe een vallende ster. Ik werd er een beetje stil van…

Veel tijd om hiervan de genieten was er echter niet…. er moesten verschillende scheepvaartroutes doorkruist worden. Onze eigen route lag ten noorden van de Duitse waddeneilanden, maar ten zuiden van de TSS (soort snelweg voor internationale grote scheepvaart). We verwachtten daarom grote schepen te kruisen bij de Jade en de Weser. Bij de Jade zouden we samen navigeren, dus na mijn eerste rustmoment werd ik gewekt om mee te helpen kijken op dit drukke stuk. Toen ik buiten kwam, overviel de enorme duisternis me wel een beetje. Zodra mijn ogen daaraan gewend waren kon ik een grote groep schepen zien, die allemaal voor anker lagen. Ze namen zoveel ruimte in beslag, dat we er omheen moesten varen. De Jade en de ankerende schepen konden we echter zonder problemen passeren, en op de Weser was nauwelijks verkeer zagen we op de AIS ontvanger. Dus ik kon alleen verder wachthouden.

Wachtlopen

Hoe is dat nou, om ’s avonds alleen op zee te zijn? Veel mensen hebben me het naderhand gevraagd, en ik kon me er van tevoren eigenlijk ook niet goed iets bij voorstellen. Het is natuurlijk donker, maar ook weer niet per se heel erg donker. Je kunt eigenlijk nog best veel zien (maar begrijpen waar je naar kijkt is lastiger). Sommig windmolenparken zijn zo groot, die zie je urenlang. Ook ’s nachts, want elke molen heeft een lichtje. En word je dan niet heel erg moe? Ik had na een tijdje een beetje mijn eigen routine ontwikkeld, zodat ik actief bleef en niet in slaap zou vallen. Eerst zat ik een tijdje aan bakboord, rondkijken naar boeien en boten; op de AIS ontvanger kijken als het niet duidelijk was welke kant ze op gingen; dan op stuurboord zitten of achter het roer staan, en zo verder. Tussendoor controleren op de plotter of de koers nog wel klopte (boot voer op stuurautomaat grotendeels); af en toe even zelf sturen om wat te doen te hebben. Zeil een beetje beter zetten voor meer snelheid. Appeltje eten. Ondertussen niet vergeten om de lifeline steeds vast te maken als je binnen was geweest om op de AIS ontvanger te kijken. Zo kom je wel een paar uur door. Als de wacht wisselt even bijkletsen hoe het was gegaan, waar zijn we nu? etc. Dan snel kleding uit, slaapzak in en zo goed als het gaat een beetje slapen tot de volgende wacht. En dan alles weer van voren af aan. Maar toen het om half vier ’s ochtends weer wat licht begon te worden, was dat wel heel fijn. En het scheelde flink wat tripjes richting AIS ontvanger, omdat nu alle scheepvaart veel duidelijker te zien was. Moe maar voldaan kon ik uiteindelijk ’s ochtends vroeg mijn tweede wacht overdragen.

Niet lang daarna werd ik weer wakker; nu op de Elbe. Wat een enorme schepen voeren hier! Het was echt indrukwekkend, vooral omdat ze zo snel gingen en relatief dichtbij waren. In een heerlijk zonnetje gingen we in slakkengang tegen de stroom in. Manlief ging nog even  de kooi in, totdat we moesten aanleggen in Cuxhaven om diesel te tanken. De overtocht had ongeveer 60L diesel gekost (we hadden onderweg zelf nog met een jerrycan bijgevuld), dus het was wel nodig om de voorraden weer even aan te vullen voordat we het kanaal in gingen richting Kiel.

Ideaal weer voor een eerste overtocht.

Nord-Ostsee Kanal (NOK): van Brunsbuttel naar Kiel

Het tij was inmiddels gekeerd en we verlieten Cuxhaven richting Brunsbuttel, verder stroomopwaarts op de Elbe. Daar aangekomen moesten we wachten in een aangewezen gebiedje naast de sluis. Er lagen op dat moment geen andere boten te wachten, dus ik besloot om de sluis op te roepen en ons aan te melden voor een schutting. Hoewel ik in het Engels had gesproken, kreeg ik alleen in het Duits antwoord. Geen probleem op zich, maar deze persoon sprak wel erg binnensmonds. Of met een accent. In elk geval konden we er allebei niet veel wijs uit worden. (De sluiswachter misschien ook wel niet van ons.) We besloten maar rustig af te wachten, er kwamen nu nog meer zeilboten bij dus het zou wel goed komen. Na een half uur wachten leek het erop dat we bijna mochten gaan invaren; de sportsluis liep leeg met boten die het kanaal uitkwamen. Alle wachtende boten begonnen zich te verdringen en elkaar in de weg te varen. Maar toen het eenmaal puntje bij paaltje kwam leek niemand te begrijpen of er nu mocht worden ingevaren of niet. Volgens onze informatie moesten we wachten op een ononderbroken wit licht bij de sluis, maar nu knipperde het witte licht (en dat betekende: wachten). Op mijn marifoon oproepje richting sluis dacht ik op te maken dat we toch in mochten varen, en de rest volgde ons voorbeeld.

Het interieur van de sportsluis was wel even schrikken…. snel lieten we alle stootwillen zakken totdat ze horizontaal op het water dreven. Want er was hier geen sluiswand, maar een soort drijvende plaat aan beide zijden van de sluis. De houten plaatconstructie was voorzien van ijzeren roosters/antislipmatten, en de boot moest aan roestige ringen worden vastgemaakt. Bij het aanleggen moesten we de boot letterlijk afspringen, het ponton op. Ik was blij dat het droog was maar struikelde toch over een soort drempel terwijl ik achteruit liep om de boot iets naar voren te leggen. Dit lijkt mij toch voor verbetering vatbaar, NOK organisatie! Het maakte allemaal een weinig professionele indruk.

Moby-Dick in de sluis van Kiel (vergelijkbaar met Brunsbuttel).

De doorvaart door het kanaal kan zowel in Brunsbuttel als in Kiel betaald worden. In Brunsbuttel kun je direct na de sluis aanleggen in een klein jachthaventje aan de westzijde en betalen bij een loketje even verderop. Contant, welteverstaan. In Kiel / Holtenau zijn er betaalautomaten voor en na de sluis (hier kun je wel pinnen). Al met al nogal omslachtig en ik vraag mij af of iedereen echt zal betalen. Tijdens het afmeren in de Kieler sluis loopt een medewerker langs, om te vragen of je betaald hebt. Zo niet, dan legt hij uit waar dat kan. Ook dit zou toch handiger moeten kunnen, met een app ofzo…. Maar ja, zoals ik al zei: erg professioneel geregeld lijkt het hier niet. Althans niet voor de sportboten.

Eenmaal uit de sluis, het was nu eind van de middag, wilden we niets liever dan aanleggen en vroeg onder de wol. De eerste etappe van 36 uur zat erop, en wat een geweldige ervaring al met al!

Moby-Dick afgemeerd naast de sluis.

De volgende dag was het tijd voor de etappe 2: naar Kiel via het NOK-kanaal. Het was die dag schitterend weer, zoals alle voorgaande weken, dus we konden heerlijk buiten ontbijten terwijl de eerste kilometers aan ons voorbij gleden. Het kanaal telt de kilometers, en geen zeemijlen, af op bordjes die langs de kant staan af. Het was feitelijk een grote aaneenschakeling van pontjes (die altijd keurig op je wachten) en bruggen in alle soorten en maten waar je heerlijk onderdoor kunt varen. Het is dan wel 100 km met de motor aan (daar waren we inmiddels wel aan gewend), maar een heel erg leuke afwisseling met de dagen ervoor. De kinderen keken weer hun ogen uit, want die grote boten waren nu wel heel erg dichtbij! Zo aan het begin van de vakantie was het allemaal erg leuk en nieuw, maar desondanks duurde het uiteindelijk ook best lang, zo’n 12 uur, om het kanaal door te varen. Eenmaal door de sluis, waar we nog even naar de beambte gewapperd hebben met ons betalingsbewijs, staken we snel het Kieler Fjord over naar de oostzijde. Daar vonden we bij jachthaven Moltenort een heel prettige verblijfplaats waar we konden genieten van een heerlijk verse Duitse Currywurst.

 

Grote scheepvaart op NOK-kanaal.

Benieuwd naar de rest van onze reis? Houd dan de website in de gaten voor nieuwe updates!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *