Terugreis Na Zeilvakantie In Denemarken

Terugreis na zeilvakantie in Denemarken

Onze vakantie zat er nog niet op, maar na bijna twee weken op de Oostzee werd het toch alweer tijd om aan de terugtocht te denken. We hielden dagelijkse de weerberichten in de gaten op zoek naar een ‘weergaatje’ richting het westen. En toch nog onverwacht snel was het al zover: op 15 augustus (2018) deed zich ’s avonds een mooie kans voor om vanaf Cuxhaven richting Waddenzee te varen. Let wel: 24 uur daarvoor waren wij zojuist in Kiel aangekomen, en hadden we ons voorgenomen om in de jachthaven van Moltenort uit eten te gaan. Dus moesten we even snel omschakelen, onze voorraden aanvullen en zo snel mogelijk het kanaal tussen Kiel en Brunsbuttel op. We hadden genoeg tijd om Rendsburg te bereiken en konden met het vallen van de duisternis bij een jachthaven aanleggen. (Het is niet toegestaan om in het donker het kanaal te bevaren; lees hier meer over de regels ter plaatse.)

Cruise schip passeert ons op het NOK-kanaal.

Een uur voor zonsopgang ging de wekker; nog in het donker gooiden we de trossen los en tuften langzaam het NOK-kanaal weer op. We besloten af te wisselen en ik had de tweede wacht. Toen het mijn beurt was, bleek het kanaal nog rustig. Een enkele visser bracht zijn buit binnen, reeen liepen angstig langs de oever en een grote roofvogel zweefde over de bomen. Honden werden uitgelaten, vuilnisbakken werden geleegd; toen was het kanaal niet meer alleen voor mij.

We schoten lekker op zo, het kanaal was rustig en we hoefden niet te wachten op grote schepen. Rond het middaguur bereikten we de sluis in Brunsbuttel en konden vrij snel geschut worden. Ook nu weer totaal onduidelijk wanneer we de sluis konden binnenvaren, maar een baggeraar die daar aan het werk was riep naar ons en een andere Nederlandse boot (we hadden deze toevallig al eens op youtube gezien) dat we toch echt die sluis in moesten anders zou hij weer dichtgaan….! Eenmaal in de sluis konden we op een matrixbord zien dat er 2,5 knoop stroom richting Cuxhaven stond, goed om te weten als je de Elbe opvaart. Gezien wind-tegen-stroom effecten was het een woelig water maar na een paar mijl namen de golven af. Rond het keren van het tij konden we diesel tanken en aanleggen in de jachthaven van Cuxhaven.

Weergaatje in de Duitse Bocht

Aldaar sloeg de twijfel toe. Was het wel verstandig om vanavond te vertrekken? In het Duitse weerbericht werd een windwaarschuwing gegeven (‘er is in het district sprake van harde wind, storm of orkaan’). Hoe we ook zochten, we konden geen hardere wind vinden van 5Bft. En tegen die tijd zouden wij alweer veel westelijker zijn. Zeker geen orkaan toch, of zagen we iets compleet over het hoofd?

Misschien was het toch beter om naar Helgoland te gaan. Dat was in tegenstelling tot de Waddeneilanden wel bezeilbaar; bovendien kon je er makkelijker weer wegkomen dan uit Cuxhaven omdat je er geen rekening met de stroom hoefde te houden. We besloten eens wat ideeen te polsen bij een ander Nederlands gezin met kinderen. Ja, zij gingen vanavond weg en wisten niets van stormen of orkanen. Ze bleken erg veel zee-zeil ervaring te hebben met hun snelle X-35 en leken wel een betrouwbare bron voor informatie. En ook hadden ze nog een tip: Helgoland lijkt handig, maar eigenlijk leg je jezelf heel erg vast. Dit omdat je, wil je zoveel mogelijk buiten de shipping lanes blijven, vanuit daar zuidwest moet varen voordat je naar het westen kunt gaan. We lieten dit allemaal eens op ons inwerken terwijl we de macaroni-salade voor ’s avonds gingen voorbereiden. Uiteindelijk vertrokken we die avond in een konvooi van circa 8 schepen met de stroom mee de Elbe af. Een aantal schepen zette koers richting Helgoland, wij met 4 schepen richting Norderney of verder.

Cuxhaven-Norderney

Op 15 augustus rond 17.00u verlieten we Cuxhaven en zouden rond 04.00u in Norderney aanlopen. Dat werd dus weer nachtzeilen en wachtlopen. Tijdens mijn eerste wacht was alles rustig en overzichtelijk. Ik ging te bed en werd wakker van een van de kinderen, die nat geworden was van een enorme plens zeewater in zijn bed. We waren blijkbaar vergeten het voorluik goed dicht te doen, maar het viel gelukkig mee want de rubberboot lag op het voordek over het luik heen. Ik hielp hem nog even naar de WC en het viel me wel op dat de boot behoorlijk slingerde. Ik wilde net weer gaan (proberen te) slapen toen ik van buiten geroepen werd: ‘kun je komen, want ik voel me niet zo lekker’. Snel mijn zeilpak en reddingsvest aan, zodat ik de wacht kon overnemen. Het was pikzwart, vrijwel geen maan. Terwijl de schipper zijn macaroni aan de vissen voerde had ik moeite om op mijn benen te blijven staan. Het ging alle kanten op en ik had er spijt van dat ik de jongens geen pilletje had gegeven tegen de zeeziekte. Ze lagen nu nog lekker te slapen, maar hoe lang nog? (Wakker maken en een pil geven had ik eens eerder geprobeerd, op een veerboot, maar dat werkte toen averechts.) Ondertussen merkte ik de golven ook wel, en probeerde mij te focussen op de horizon, of wat daarvoor doorging. Een rij lampjes van windmolens kwam zo goed van pas. Het was desalniettemin druk op het water, voornamelijk vissers bij de ondiepten langs de eilanden. Maar ook de lichten van de resterende zeiljachten van ons konvooi uit Cuxhaven; de Britse boot een flink eind aan stuurboord van ons voorop, met de andere boten er achteraan.

Deze overtocht was korter maar aanzienlijk zwaarder dan de heenreis. Er leek geen eind aan te komen, hoewel het slechte weer nog moest beginnen. Hopelijk waren we tegen die tijd al op Norderney. Het enige lichtpuntje (letterlijk) was een bijzonder lichtspel langs de romp.Bij elke golf die tegen ons aansloeg was er een prachtig schouwspel van plankton? algen? die een paar seconden groen fluoresceerden en dan weer uitdoofden. Als het niet nodig was geweest om de horizon in het vizier te houden, dan had ik er de hele tocht naar kunnen kijken…

Maar toen was het toch zover, we konden aan de aanloop naar Norderney beginnen. Gelukkig was de schipper, die buiten op de bank had liggen slapen, weer voldoende hersteld om het roer hiervoor over te nemen. Onze eerste uitdaging was het vinden van een onverlichte boei die het begin van de vaargeul moest aangeven. Om een uur of drie ’s nachts geen gemakkelijke opgave! Hoe we ook rondschenen met de schijnwerper, we konden hem niet vinden. Toen besloten we toch maar op de plotter te vertrouwen, dit ging op het zicht niet lukken en bovendien was het hoogwater dus hadden we wel iets meer speling met de diepte. De volgende boeien waren wel verlicht en konden we iets makkelijker zien toen we in de buurt waren. Opeens: lichten recht vooruit! Een veerboot had ons waarschijnlijk niet goed zien aankomen, en duwde ons aan stuurboord de vaargeul uit. Paniek! Wat ging die boot snel en wat is het smal hier! Meteen verder concentreren op die boeien; hier moet er eentje zijn, zie jij iets? En dan zag je alleen de contour van een boei, tegen het licht van de boulevard. Om een lang verhaal kort te maken: de aanloop naar Norderney is bochtig en voorzien van veel onverlichte boeien. De haveningang is in het donker even zoeken; mocht je net als wij een houten paal zien staan zonder merkteken, kleur of reflector – houd deze aan stuurboord. Wat waren wij blij toen we eenmaal de haven bereikt hadden! En na 3 aanlegpogingen lukte het om 04.00u eindelijk om de Catalina geruisloos tegen een Bavaria aan te vlijen. Hopelijk was het hier diep genoeg om ook met laagwater te kunnen liggen… maar er was niemand om het aan te vragen, en we hoopten er maar het beste van. Doodmoe rolden we onze kooien in.

Moby-Dick in Norderney. Stootwillen nog laag na het vertrek van een trimaran.

Nog geen twee uur later hoorden we geklop: onze Duitse buren wilden graag vertrekken! Pff… nou ja dat hoort erbij. Zelf waren ze natuurlijk helemaal fris en fruitig, en wilden wel een gesprekje beginnen maar mijn Duits was momenteel niet beschikbaar. Mijn Nederlands ook maar beperkt. Naast onze boot waren de bootjes van de zeilschool aan het opkruisen dus er was niet zoveel ruimte om weer aan te leggen. Bovendien was de wind verder toegenomen. Het terug aanleggen ging al met al wat minder soepel, en kreeg veel commentaar van de Noorse buurman. Nou ja, erg zijn best doen om onze landvasten aan te nemen deed hij ook niet, terwijl hij toch echt zelf op de steiger ging staan om te helpen…?

Met een behoorlijke kater van de slechte nacht begon onze ochtend. Bij het aanmelden in het havenkantoor bleek de havenmeester ook redelijk Nederlands te spreken. Wat vanwege onze duffe hoofden erg fijn was! Gelukkig kon hij ons ook vertellen dat de haven recent was uitgebaggerd en dat het zeker diep genoeg was voor onze boot. Mooi, want andere plekjes hadden we tijdens het aanleggen ook niet kunnen vinden. Niet lang daarna konden we een trimaran langszij helpen aanleggen. Deze sportieve heren uit Lauwersmeer waren uit Langeoog komen aanzeilen, en waren onderweg terug maar wilden het weer even aankijken.

Die middag hebben we onszelf eerst eens goed verwend met een uitgebreide lunch in het restaurant naast het havenkantoor. Daarna hebben we eens uitgebreid rondgekeken op het eiland. De scholen waren hier al begonnen, en blijkbaar zat de lesdag er weer op want alle kids stoven op hun fietsjes weer terug naar huis. Op de boulevard hebben we ons nog lopen vergapen aan de zeiljachten die door de vaargeul beukten, tegen de golven in. Die vaargeul lag eigenlijk veel dichter bij het eiland dan wij ’s nachts hadden ingeschat! Maar goed, dat we dat toen niet precies wisten…😅 Na een wandeling door de stevige bries kwamen we weer bij de haven, waar inmiddels een groot aantal nieuwe boten was gearriveerd. De trimaran was weer weg, maar nu lagen we naast en tussen een drietal jachten dat elkaar al goed leek te kennen. Door de reddingsdienst werd nog een jacht binnengebracht met motorpech en ook een Nederlands jacht waarvan de schipper oververmoeid was geraakt “Ich bin so mude”. Allemaal zaken waar ik mij inmiddels wel iets meer bij voor kan stellen…

Ook kwamen we weer het stel tegen uit Ameland met het stalen Koopmans jacht, dat in Nysted naast ons had gelegen in de storm. Leuk om elkaar weer even te spreken. Het was sowieso wel opvallend, dat je vaak dezelfde boten tegenkomt op zo’n reis. In Maasholm hadden we bijvoorbeeld met Fitamientje uit Joure in de haven gelegen; toen we op een van de laatste dagen in Makkum bij het sluisje stonden, kwam Fitamientje daar net doorheen gevaren. Toevallig!! Het Duitse stel dat om zes uur ’s ochtends wilde vertrekken toen wij doodmoe een paar uur eerder langszij hadden aangelegd, kwamen we in Delfzijl later ook weer tegen. Gelukkig kwam ik kon ik toen een stuk beter uit mijn woorden komen 😏.

De volgende dag wilde ik eerst nog even een wasje doen, maar om 8 uur ’s ochtends waren alle automaten alweer bezet. Ik raakte nog wel even aan de praat met een Nederlandse vrouw die zojuist met het jacht Vivax uit Cuxhaven was aangekomen. Het was voor hen ook geen aangename tocht geweest, vertelde ze. Later die middag vertrokken we richting Delfzijl; een leuke tocht maar wel een beetje jammer van het industriële uitzicht de hele tijd. Ons plan was om binnendoor naar Harlingen te varen (Staande Mastroute) en daar nog een paar dagen Waddenzee aan vast te plakken. We deden dit natuurlijk om een toch op zee te voorkomen met windkracht 6 Bft of meer, maar waren verder niet echt goed voorbereid op wat de Staande Mastroute precies inhoudt. We waren zelfs een beetje misleid door alle informatie die we hadden gevonden en een beetje verwend door het soepele doorvaren van het Nord-Ostsee kanaal in Duitsland.

Tussen Norderney en Delfzijl.

Staande Mastroute Delfzijl-Harlingen

De staande mastroute (SMR) is een uitkomst voor slecht weer en/of westenwind op de Waddenzee, wanneer je vanuit de Duitse bocht teruggaat naar Nederland. Laat je niet misleiden, deze route ‘doe je niet even’…  ook al krijg je wel een beetje die indruk als je officiele website over de SMR bekijkt. Er wordt gesteld dat je met een gemiddelde snelheid van 9 km/u (circa 5 knopen) binnen 24 uur de noordelijke SMR (van Amsterdam naar Delfzijl) kunt afleggen. In de praktijk is dat echter niet uitvoerbaar, ga maar na: elke brug of sluis zorgt voor minimaal 10 minuten oponthoud. Bij ruim 40 sluizen/bruggen in het traject ben je dus 7 uur ‘kwijt’ en bovendien worden de bruggen/sluizen ook niet continu bediend. Het eerste deel tot Groningen ging prima, maar rond half twaalf liepen we vast bij de brug van de N46 (Beneluxbrug). Deze was net open geweest en we moesten weer een half uur wachten. Daarna konden we na 100m direct weer aanleggen, want de brugwachters van Groningen gaan lunchen tussen 12 en 13 uur…. 😩

Na de lunch konden we beginnen aan de ruim 2 uur durende tocht door de binnenstad van Groningen, met haar 15 (!) verschillende bruggen. (Kijk hier voor meer informatie.) Hier kwamen we ook weer de drie Nederlandse jachten uit Norderney tegen, die nog steeds samen optrokken. Het was af en toe een bloedstollende toestand met weinig ruimte om te manoeuvreren en soms toch behoorlijk verlijeren, maar uiteindelijk verlieten we de binnenstad via een kanaal dat naar de Dorkwerdersluis voerde. Deze sluis kwam uit bij het Van Starkenborg kanaal (groot verval!). Verder via het Reitdiep door naar het noorden. De 3 jachten legden aan bij restaurant/haven Garnwerd aan Zee. Achteraf een heel goede beslissing (met voorkennis, ongetwijfeld) want wij trokken nog even door en kregen er spijt van. Jazeker, er waren veel aanlegplaatsen onderweg, maar deze waren zo aan het eind van de middag allemaal wel bezet (de beschutte dan). Het aan de jongens beloofde zwemmen zat er niet meer in, dat werd nu ook wel duidelijk. Op internet vonden we een camping met zwembad en restaurant langs de route: dat klonk goed. Maar eenmaal daar aangekomen bleek het vreselijk. Ik zakte al bijna door de compleet verrotte steiger tijdens het aanleggen. Het sanitair was uitgewoond en niet schoon, de havenmeester niet te vinden en we maakten ons zorgen over de hygiene in de keuken van het restaurant (de deur stond open en gaf een blik naar binnen). En o ja: het zwembad was ook dicht. Tip: laat Elektra (de waterwolf) links liggen! Wij zijn uiteindelijk maar doorgevaren naar Zoutkamp, waar we in de oude haven hebben overnacht. Dat was prima. Ook de jachthaven van Zoutkamp (Hunzegat) waar we een dag later water hebben getankt is een goede plek, heel rustig en beschut door hoge bomen.

Ondertussen waren we na een lange dag varen dus pas in Zoutkamp aangekomen. We voeren nu over het Lauwersmeer, waar geen van ons ooit eerder was geweest. Omdat we die dag ‘alleen maar’  naar Lauwersoog wilden varen (het zou weer eens flink gaan waaien die middag), besloten we maar eens goed om rond te kijken naar de prachtige natuur om ons heen.

Wilde paarden bij het Lauwersmeer.

Door onze geringe diepgang konden we een paar leuke kleine geultjes nemen en zo een afwisselende tocht maken. Rond de lunch konden we alweer aanleggen in Lauwersoog (Noordergat), zodat we daar nog wat rond konden kijken in de Waddenhaven (grote vissersboten!). Er werd net een garnalenkotter gelost, dat had ik nog nooit gezien. Een lucht kwam daarvan af …! Een hapje eten kon ’s avonds bij het naastgelegen vakantiepark. Al met al prima!

De volgende dag vertrokken we weer westwaarts, naar Leeuwarden. Onderweg hebben we nog even aangelegd omdat er een zwemwedstrijd langskwam. Bij het aanleggen was ik alleen een beetje vergeten om ook omhoog (!) te kijken en zo namen we met de verstaging een flink stuk tak mee. Tja, het is al lastig zat soms om op de gewone dingen te letten bij het aanleggen, en deze extra vierde dimensie is normaal gesproken het probleem niet 😊. De zwem-elfstedentocht stond onder aanvoering van Maarten, volgens de vele spandoeken onderweg. De hele happening was ons een beetje ontgaan in de media, eerlijk gezegd. In het dorpje waar wij tussen de overhangende bomen lagen te wachten, werd hij onderkoeld en verzwakt in en bootje getild. Later hoorden we, dat hij de recordpoging heeft moeten staken. Maar wat een prestatie!

Op naar Leeuwarden en verder; totdat we uiteindelijk aan het eind van de middag zonder veel extra oponthoud in Harlingen aankwamen. Vlak voor de grote sluis sloegen we linksaf naar een heel klein haventje, dat je alleen kunt bereiken via een ienie-mini smalle doorgang (openstaand sluisje): Jachthaven HWSV. Voor grotere schepen is dit dus niet zo geschikt, maar met onze bijna 4 meter breed ging het goed. Wij waren hier nooit eerder geweest, en vonden het zeker een plek om nog eens terug te komen. In vergelijking met de havens ‘aan de buitenzijde’ is het heel beschut en gezellig, met een winkel op loopafstand. Je ligt praktisch in de achtertuin van de omwonenden, dat is eigenlijk wel grappig.

De Staande Mastroute Delfzijl-Harlingen hebben we uiteindelijk in 3 dagen afgelegd; met 2 (heel) lange vaardagen was het ook mogelijk geweest. Pikant detail: bij het zeegat tussen Vlieland en Terschelling zouden we een dag later de Vivax weer tegenkomen. Deze boot had enkele dagen gewacht en was toen met het betere weer buitenom uit Norderney aan komen varen. Achteraf misschien nog wel de beste optie…?

Extraatje: Harlingen – Vlieland en vv.

De volgende dag vertrokken onze Duitse buren om 06.00u naar Texel, en wij dus ook! (Eigenlijk was de vertrektijd voor ons reisdoel Vlieland iets later, maar ja je bent dan toch wakker. En het is misschien niet ook minder druk bij de sluis…) De sluis was inderdaad rustig, maar eenmaal uit de haven was het toch alweer een gekrioel van schepen, zo vroeg in de ochtend. We hadden nog even de mogelijkheid om het walvis-kunstwerk bij de havenmond te bewonderen. Toen ik er zojuist wat informatie over opzocht, las ik dat het eigenlijk een fontein is; daar hebben wij niets van gezien. Maar toch een treffende gelijkenis met een (beetje kleine?) walvis.

Bijzonder kleurenspel met uitzicht op Harlingen.

De tocht naar Vlieland verliep vlekkeloos, we waren er ruim voor de lunch binnen en de havenmeester verbaasde zich erover dat ‘er zo vroeg boten uit Harlingen aankwamen’. Dat was waarschijnlijk onhandig, omdat er nog weinig andere schepen richting Harlingen vertrokken waren. Het was dus goed druk, maar we vonden met enig wringen nog een plaatsje voor onze brede boot in een box aan de steiger voor boten < 10 meter. We moest ik bij het afrekenen nog even slikken van het gehanteerde tarief; nergens tijdens onze 4 weken durende reis was het ooit zo duur geweest als hier, op Vlieland. Nou ja, op Terschelling ook natuurijk 😎.

De ‘buren’ bleken hier al een hele tijd in de haven te liggen en konden zich maar moeilijk voorstellen dat wij nooit eerder op Vlieland geweest waren. Toch was het zo, vorig jaar hadden we het eiland overgeslagen omdat de haven steeds ‘vol’  was geweest. Maar nu is deze uitgebreid, en zo tegen het eind van de zomervakantie was er dit jaar voldoende plaats. Het grote verschil met Terschelling vonden wij dat hier de jachtjes en de charters met groepen vlak bij elkaar liggen; dat is voor het gebruik van sanitair niet ideaal. Maar verder zorgt het wel voor een bepaalde gezelligheid, en dat er bijvoorbeeld meerdere eetgelegenheden (snackbar, pizzeria) in de haven beschikbaar zijn. Die middag hadden we nog genoeg tijd om naar het strand te gaan; de dag erna deden we wat elke toerist verder nog doet en huurden we fietsen. Doordat er zoveel fietsverhuurders zijn, blijven de prijzen laag. En verder was men erg klantvriendelijk: we mochten de fietsen gewoon na sluitingstijd op het terrein zetten en de sleutels door de bus gooien.

Tandems op Vlieland.

Na twee heerlijke dagen op Vlieland (we komen zeker terug!) moesten we weer ‘ns op huis aan. De vakantie zat er nu echt bijna op! We vertrokken weer lekker vroeg met een clubje boten en het liep lekker. Zeilen allebei een beetje gereefd vanwege de wind. Opeens zegt oudste zoon een beetje nonchalant “hee daar zit iets los” en bleek het achterlijk van het grootzeil op 1 van de 3 punten losgescheurd van de katrol die over de giek getrokken wordt (het is een rolzeil). De overige 2 punten zaten nog goed vast, en er was geen slijtage te zien. Dus we konden verder zeilen, met een wat losser achterlijk dan normaal. Bij de Kornwerdersluizen moesten we geruime tijd wachten, en toen we deze gepasseerd waren besloten we vanwege het weer niet verder te gaan dan Makkum, die dag. De boot had ook nodig een wasbeurt nodig; het dek was zelfs geel en plakkerig van het vele zout. Dus eigenlijk kwam het nog niet zo slecht uit.

De volgende dag was het 5-6Bft en besloten we om vroeg te vertrekken, met het oog op de weersvoorspelling. Maar helaas, eenmaal op het IJsselmeer wilde het zeil niet meer uitrollen. Het zat compleet vast in de mast. De enige optie was: terug naar de haven en de mast in! Niet mijn favoriete klus, maar dit keer hoefde ik maar tot 2/3 van de mast omhoog, dus dat zou wel gaan. Het lukte mij ook om het zeil stukje bij beetje uit de mast te peuteren. De oorzaak was natuurlijk de uitgescheurde bevestiging van het achterlijk. Nu deze niet langer het zeil aan de achterkant omlaag trok, ging het zeil er nog veel lastiger in dan normaal, en blijkbaar ook met plooien. Hierdoor was het muurvast komen te zitten. We twijfelden nog wel even maar toen we een dag later echt naar huis vertrokken, durfden we het niet aan om het grootzeil in te zetten. Je moet tenslotte altijd snel kunnen reven of zeil binnenhalen, en dat was nu niet meer mogelijk.

Alleen op de genua zijn we uiteindelijk, dwars door het veld met deelnemers aan de 24-uurs race, richting thuishaven gevaren. Het weer was niet fijn, en we hoorden later dat er ook veel uitvallers waren bij de zeilwedstrijd. Zelf moesten we nog een paar flinke buien met hagel trotseren (zicht ‘nul’) en zagen in de laatste bui een charterschip zijn grootzeil verliezen (deze konden ze blijkbaar niet op tijd gereefd krijgen, en was toen compleet doormidden gescheurd). Wij hadden gelukkig, op het grootzeil na, geen schade meer opgelopen.

Na 4 weken zeilen kijken we allemaal terug op een geweldige vakantie. We hebben nieuwe kusten verkend, en op een prettige manier onze grenzen verlegd. Het was heerlijk, om zo vrij van agenda en de dagelijkse beslommeringen alleen met het gezin op je eigen varende ‘eiland’ te bivakkeren. Niet alles ging perfect, maar het meeste wel. We hebben er allemaal heel veel van geleerd, en sommigen onder ons blijken meer te kunnen dan gedacht 😄. En nu: plannen maken voor volgend jaar!

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *