Rondreis Door Denemarken

Rondreis door Denemarken

Zoals je in mijn vorige blog hebt kunnen lezen, zijn wij deze zomer met de boot in Kiel aangekomen voor een zeiltocht door Deense wateren. Onze route lag nog niet vast, omdat we het belangrijk vonden om lekker uit te kunnen rusten van de lange overtocht, bij te komen van ons drukke werk en de jongens niet te belasten met lange zeiltochten. Het is tenslotte voor iedereen vakantie 😉.

In de jachthaven van Kiel-Moeltenort deden we daarom ’s ochtends eerst een wasje en trokken vervolgens aan het einde van de ochtend richting Maasholm (Dld). Vlak naast de jachthaven is een gedeelte afgezet met gele tonnen; daar bevindt zich een gezonken onderzeeër (U-boot) en dit is verboden gebied. Indrukwekkend is het U-boot Ehrenmal dat vlakbij op de kust staat en hierover de wacht lijkt te houden. Het vaarwater is hier vrij smal, maar we konden tussen de grote scheepvaart door de vaargeul oversteken naar de linker oever. Na wat probleempjes met de gennaker (de wind draaide heel plotseling 180 graden, en we kregen de slurf niet snel genoeg omlaag) zetten we verder koers richting Maasholm. Op de afbeelding aangegeven als ‘2’.

Maasholm vanaf het water.

Maasholm is een heel pittoresk Duits vissersplaatsje dat je beslist eens gezien moet hebben. Het ligt bij de monding van de rivier de Schlei (opletten: stroming!). De Schlei heeft een smalle vaargeul landinwaarts en in de zomer zijn er veel watersporters. Er zijn meerdere plekken om te overnachten, namelijk de kleine drukke haven vlak bij de monding van de Schlei, enkele ankerplaatsen in baaitjes en twee havens bij de plaats Maasholm zelf. Ons plan was om eens fijn te gaan ankeren in de buurt van Maasholm. Helaas lukte het ons niet om ons ploegschaaranker (CQR) goed in de bodem te krijgen. Meer ketting steken was niet de oplossing, het bleef maar krabben. Kwam dit door de vele waterplanten?

Dus uiteindelijk zijn we het kleine haventje (Bootswerft Modersitzki) in gevaren waar we een mooi plaatsje vonden. Ook hier weer contant afrekenen op de steiger. Het sanitair was eerst moeilijk te vinden, maar bleek van een ongekende luxe! Tijdens de rondwandeling bleek het dorp nog mooier dan verwacht, behalve dan in de buurt van de grote jachthaven. Dus een tip: ga er zeker heen als het zo uitkomt, en kies dan de haven bij de werf (of ga ankeren als het lukt).

Zeilen in Denemarken

De volgende dag stond de wind goed om naar het oosten te varen. Dus vertrokken we richting het Deense eiland Aero, om daar Marstal aan te doen (‘3’). Wat ons direct opviel, was dat het Deense eiland vanaf Maasholm al te zien was. (Een beetje zoals je vanaf Stavoren Enkhuizen al kunt zien op een heldere dag.) Alleen in dit geval was de afstand een stukje groter en leek het dichtbij, omdat de kust op een klif lag. Dat was een prachtig gezicht, vanaf het water. De kustlijn was erg afwisselend en heel anders dan wij normaal gesproken gewend zijn. Ook het varen op dit water ging gemakkelijker dan verwacht. Er zijn geen getijden om mee rekening te houden. Er kan wel stroming staan; wanneer het water vanuit de Noordzee wordt opgestuwd staat er een zuidelijke stroming. Andersom, wanneer het water uit de Oostzee wordt opgestuwd staat er een noordelijke stroming. De stroming kan vooral bij smalle doorgangen groot zijn, en op de zeekaarten van NV Charts wordt er het nodige over uitgelegd. Als gevolg van deze opstuwing kunnen de waterstanden wel variëren, met name bij harde wind uiteraard.

Vandaag staken we de Kleine Belt over, waar de golven zich vanuit het noorden hadden kunnen opbouwen, maar door de aanzienlijke diepte van het water waren ze niet onaangenaam. Wat een verademing als je het vergelijkt met de situatie die we een week eerder hadden tijdens onze tocht naar Makkum…. dit is pas fijn zeilen! Op een soort roze vakantiewolk liepen we de haven van Marstal binnen. Dat was nog wel even lastig omdat de vaargeul voor de haveningang ook een soort kruispunt was (er lagen dus diverse boeien dicht op elkaar) en heel smal. Eenmaal achter de pier gingen we op zoek naar een plek; altijd weer lastig om in te schatten hoe groot die box nu moet zijn! Bij een van de verste steigers vonden we een gastplek, en het aanleggen aan lagerwal ging ook verrassend goed. We raakten steeds beter op elkaar ingespeeld, dat was duidelijk!

Hengelen op steiger ‘Bro’ 9.

De hele middag konden we genieten van zwemmen (het water was maar liefst 20 gr C volgens de Duitse buurman), hengelen en natuurlijk van de Haven-Kino. De ene na de andere boot liep ondertussen de haven binnen en zocht een plekje. Dat lukte niet altijd even goed, maar eigenlijk hielp iedereen elkaar wel zodat schade uitbleef.

In Marstal werd het weer slechter; de meeste boten bleven een dagje liggen. We namen daarom de tijd voor nog meer zwemmen, boodschappen doen en een kijkje op het eiland. Dit deel van Aero is namelijk bekend van de prachtige strandhuisjes vlak bij de haven. De kleurige huisjes, sommige zijn meer dan 100 jaar oud, staan op een stukje duin dat eeuwig gepacht wordt. De huisjes mogen niet veranderd worden en zouden zelfs in hun originele kleurenpatroon moeten worden geschilderd, jaar in jaar uit. Het was zeker even een wandeling waard!

Strandhuisje in Marstal.

Na een dagje verwaaid in Marstal waren we benieuwd naar ‘de rest van Denemarken’. En omdat we een aantal vakanties hadden doorgebracht op het eiland Langeland, hadden we het plan opgevat om eens langs dat ene bepaalde huisje te varen. Kijken, of we misschien de trap konden zien die vanaf de tuin naar beneden ging, het klif af naar het strand. Onderweg zouden we wel zien, welke haven we daarna zouden aandoen.

Zeilen tussen Deense eilanden

De route liep via ondiepe wateren door een aantal vaargeulen richting Rudkobing, en vanaf daar verder noordwaarts door de Sio Sund ten westen van Langeland. Bij Rudkobing ligt een hoge smalle brug die wij een aantal keer vanaf boven hadden gezien; om dit nu van onderaf te bekijken was wel bijzonder! Na de brug opende de vaargeul zich en nam de stroming af. We hadden alle tijd om rustig op zoek te gaan naar die trap bij het strand. Ondertussen zagen we nog een groep dolfijn-achtigen (bruinvissen?), hoe mooi! En de trap hebben we ook teruggevonden. Missie meer dan geslaagd 😉.

Ondertussen was het reisdoel (‘4’) vastgesteld: Kirkehavn op het eiland Omo. Hiervoor moesten we Langeland ronden bij Lohals en de Grote Belt oversteken. Dit hield dus ook in: kruisen van een van de drukste scheepvaartroutes in de Oostzee. Maar er was goed zicht, en zowel de golven/stroming als de drukte vielen erg mee. Het uitzicht bij onze beoogde haven werd helaas wel een beetje gedomineerd door de petrochemische industrie op het ‘vasteland’. Maar als je daar een beetje omheen keek, viel de prachtige natuur van het kleine eilandje op. Het eiland bestaat uit twee delen, verbonden door een laagland met een meertje en een moeras. Naast visserij leven de bewoners van landbouw, en het valt op hoe kleinschalig en overzichtelijk het eiland is. Een beetje zoals je je Denemarken in het klein voorstelt.

Strandwandeling op Omo.

De schipper had intussen het plan opgevat om door te varen richting Kopenhagen. Dit was nog wel een eind varen, en we hadden besloten om 10 dagen voor het eind van onze vakantie weer in Kiel te zijn. Dus of dit doel haalbaar was… we besloten om nu oostwaarts te gaan en de weersverwachtingen goed te gaan volgen.

De oostenwind die inmiddels was gaan waaien maakte het er niet makkelijker op, maar al laverend kwamen we toch in de goede richting. Onderweg passeerden we een aantal eilanden waar ik een volgende keer nog graag eens een kijkje zou nemen: Vejro, Fejo en Femo. Afgezien daarvan was de tocht over de Smalandsfarvandet behoorlijk saai. Stiekem is het toch een behoorlijke watermassa en zijn de afstanden daar groot. In de buurt van Vordingborg merkten we een flinke stroming (als gevolg van de aanhoudende oostenwind) en was het even moeilijk sturen onder de brug door. Hoewel de brug meerdere doorgangen heeft, is het slechts toegestaan om een aantal daarvan te gebruiken vanwege risico op vallende stukken beton (!); niet echt iets om uit te proberen. De directe doorvaart naar Vordingborg was deze zomer (2018) gestremd wisten we, dus we besloten in de oude veerhaven van Gabense (5) te overnachten. Hier vertrok vroeger de pont naar Vordingborg, voordat de brug gebruikt kon worden.  Het kleine jachthaventje is bereikbaar door een smal vaargeultje, waarbij je vlak voor de haveningang nog een scherpe draai moet maken. Dat is dus wel even oppassen geblazen!

Gabense zelf hebben we niet bezocht; wel het clubhuis van de watersportvereniging. Van de joviale havenmeester (type piraat met een aantal missende tanden) kregen we een sleutel. Betalen mochten we zelf doen, met een envelop  die in een brievenbus gedeponeerd moest worden. In het clubhuis kon gekookt worden, en we konden zelf een ijsje uit de vriezer pakken en afrekenen. De betaling ging in een kistje dat gewoon open stond. Deze ‘dorpsheid’ en vertrouwen in elkaar vind ik prachtig. En dat het sanitair sinds de vorige eeuw niet gerenoveerd leek… nou ja; het was gewoon schoon, dat is het enige dat belangrijk is toch?

Het hele dorp, jong en oud, kwam na het werk nog even zwemmen vanaf een van de zwemsteigers naast de haven, dus het was een gezellige sfeer. We raakten aan de praat met een Deens stel dat net een motorboot had gekocht in Nederland (de oude naam zat er nog op, dus ik had ze al in het Nederlands aangesproken 😊). Het viel ons op dat de Denen hier veel gemoedelijker waren in de omgang dan in de eerste havens. We werden ook in het Engels aangesproken in plaats van standaard in het Duits. Ik had het mee eigenlijk niet zo gerealiseerd, maar de vorige haven waren voornamelijk gevuld met Duitse boten en een enkele Deen. Bij Omo was het 50/50; waarschijnlijk was dat voor veel Duitsers net te ver. Toeval of niet, maar de sfeer was wel een stuk gemoedelijker.

Onderweg naar Nykobing op de Guldborg Sund.

Ondertussen werd uit de weersverwachtingen duidelijk dat er een flinke storm onze kant opkwam. Het was even de vraag of we in Klintholm of Gedser wilden zijn als die overtrok. Het plan van Kopenhagen hadden we al een beetje afgeschreven, maar het was wel een wens om nog naar Mons Klint te varen. Gezien de weerberichten betekende het een heleboel tegen de wind in motoren en daar hadden we nu ook weer niet zoveel zin in… Uiteindelijk hebben we besloten om af te zakken naar het zuiden via de Guldborg Sund. Deze ‘straat’ ligt tussen de provincies Lolland en Falster in, en is qua sfeer te vergelijken met de Nederlandse Randmeren. Er moeten drie bruggen gepasseerd worden en op sommige plaatsen (waar de geul smal is) kan een behoorlijke stroming staan. De brug bij Nykobing wordt maar 2x per uur geopend, dus het is wel handig om dit voor vertrek even na te kijken. (Ik vond de openingstijden later, in de haven van Nysted, maar ze staan ook op internet als je goed zoekt.) We genoten onderweg van het bijzondere uitzicht en besloten om in Nykobing te overnachten bij de plaatselijke motorbootclub.

Dit was geen bewuste keuze trouwens; in deze haven waren sommige steigers van de motorbootclub, andere van de zeilclub en tenslotte verhuurde ook de kano/roeiclub nog plaatsen. Bij welke club de steriger hoorde was te zien aan een kleurcode, maar dat is natuurlijk niet duidelijk als je komt aanleggen. Spijt had ik niet van de onbewuste keuze, want nu waren we te gast in een compleet nieuw clubhuis (pas 1 maand open) waar we konden koken, afwassen, drankje drinken op het terras en zelf BBQ-en. Dit alles wederom self-service en in goed vertrouwen. (Het oude clubhuis was recent afgebrand, dus misschien was men wel iets te goed van vertrouwen…?) Het echtpaar dat dit runde was erg gastvrij en gebruikte dezelfde faciliteiten voor het avondeten. Toch voelde het niet alsof je te gast was. Op zich een goede plek om nog een nachtje te blijven als het zou gaan stormen.

Maar ja, de storm was er nog niet, dus trokken we nog een eindje zuidelijker de volgende ochtend. En wel naar Nysted (‘nieuwe stad’: zo genoemd omdat deze ‘pas’ aan het eind van de Middeleeuwen is gesticht). Uit de Hafenlotse van de NV Charts waterkaart begrepen we dat dit een heel erg populaire haven is voor veel Duitse watersporters. Direct bij de haven vind je dan ook verschillende mogelijkheden om te eten. Toen wij er waren was er live jazz-muziek aan het eind van de middag, gezellig! Het oude stadje bestond grotendeels uit oude vakwerkhuisjes en straatjes met stokrozen langs kleurige gevels. Een ander deel was duidelijk nieuwbouw en hier liep een wandelpad richting vakantiepark. Het pas langs de kust gaf een mooi uitzicht op het windmolenpark en bij helder weer konden we zelfs Gedser zien liggen in de verte.

De haven zelf was misschien wel erg populair, maar op een enkeling na (naast ons lag een Nederlands stalen Koopmans jacht maar de boten waren verder op twee handen te tellen) was deze nu leeg. We hoopten een beetje beschutting te gaan vinden hier, maar uiteindelijk lagen we toch behoorlijk open en bloot met de spiegel richting zee. “Qua golven zou het mee kunnen vallen, omdat het hier erg ondiep is,” dachten we. Echter, toen die avond de storm grommend en loeiend over ons heen viel, viel het geenszins mee. Ik was dolblij dat we in een haven lagen, maar veel geslapen hebben we niet. Het geklots van het water tegen de spiegel was oorverdovend en de boot werd bij harde windvlagen (10 Bft!) op de zijkant compleet scheef in de touwen gedrukt. Het was bepaald geen pretje en we zijn meerdere keren opgestaan om te kijken of we nog goed vastlagen. Het waterpeil was een halve meter gestegen (door stuwing) en uit voorzorg hebben we twee extra achterspringen aangelegd (op de lier) om de windstoten beter op te kunnen vangen. ’s Ochtends ging de storm liggen; alles was nog heel! We twijfelden of we de boot voor de tweede storm om zouden draaien, maar besloten dat het beter was om niet teveel te veranderen. Het was nu immers goed gegaan. Wel legden we de boot nu scheef over twee boxen (die naast ons was toch leeg) zodat de zijkant minder wind zou vangen en we hopelijk rechtop zouden blijven. Dit lukte wonderwel, maar de tweede storm was ook wel een tandje minder heftig. De jongens konden we gelukkig vermaken met een filmpje op de PC en ook de volgende dag was het weer nog onrustig. Uiteindelijk lagen we 2 dagen verwaaid in Nysted, maar ook dat hoort bij een zeilvakantie. Ik wil niet denken aan hoe het op zee moet zijn geweest, in die storm….

Kustwandeling bij Nysted; in de verte de veerboot bij Gedser.

Na de storm in Nysted vertrokken we ’s ochtends vroeg richting ‘ de overkant’ oftewel terug richting Duitsland. Om richting Fehmarn aan de overzijde van de Femer Baelt te komen, moet je vanuit Nysted eerst via een ingewikkeld stelsel aan vaargeultjes richting het oosten varen, en vervolgens om een groot windmolenpark (Nysted Offshore Windpark) heen. Zoals altijd wanneer je op zee een windmolenpark moet passeren lijkt dat oneindig lang te duren. Het zijn niet alleen erg veel en erg grote molens; ze staan ook nog eens verder uit elkaar dan je denkt (zo’n 500m schat ik) dus je perceptie van afstanden is totaal verstoord. In ons geval hadden we te maken met een straffe zuidwestenwind en zaten we aan lagerwal. Ik denk dat de windmolens het er niet beter op maakten, of ze stonden op een ondiepte; in ieder geval kreeg ik weer direct associaties met onze tocht bij Makkum aan het begin van de vakantie 😁. Na enige uren stug volhouden hadden we de windmolens achter ons gelaten, en bevonden we ons direct in een drukke scheepvaartroute richting Oostzee. Zonder problemen kunnen we die netjes oversteken, en kijken een beetje weemoedig naar de jachten die oostwaarts trekken. Tja, voor ons wordt het alweer tijd om aan de terugreis te gaan denken 😢 maar deze geluksvogels mogen nog even genieten! Vandaag is ons reisdoel Yachthafen Burgtiefe op het Duitse schiereiland (‘8′  op de kaart). Een ruime, nieuwe haven waar ook diesel getankt kan worden. Qua sfeer was het een erg anonieme haven, maar ik ben wel erg enthousiast over het sanitair: de haven heeft ruime, schone gezinsdouches die bovendien gratis zijn.

’s Avonds hebben we even een rondje gelopen om de omgeving te verkennen. Dat was wel even schrikken! De haven ligt aan de rand van een vakantiepark, en wordt als het ware omringd door DDR-achtige woontorens (ik neem aan appartementen?). Even verderop vind je wat verlaten hotels en meer vergane glorie. Een camping die meer wegheeft van een parkeerplaats. Een luxe zwemparadijs. En tenslotte de boulevard, met identieke prive-bungalows en een aantal low-budget all-inclusive hotels. Volgens de borden op het strand moest je een pasje kopen om op het strand te lopen of te zitten ?! (Op het strand waren gelukkig meerdere automaten waar je een pasfoto op kon maken.) En zitten mocht natuurlijk alleen maar in speciale Duitse strandstoelen (zgn. Strandkörbe, ik vind ze geweldig!) die je ook weer ergens huren moest. Ik had nog nooit zo’n vreemde badplaats gezien en was er een beetje geschokt en weemoedig tegelijk van.

Zeilen langs de Duitse Oostzeekust

De volgende dag eerst even uitgebreid onder de douche, het kon tenslotte, en daarna verder richting Lippe (‘9′). “Laten we de gennaker weer eens proberen,” vond de schipper. Maar ik was toch een beetje terughoudend na ons eerdere probleem bij Kiel. Gelukkig kon hij me overhalen, en dit keer ging het natuurlijk allemaal prima. We gennakerden lekker onder de Fehmarnsundbrucke door, en daarna westelijker langs Heiligenhafen. Het was een niet al te lange tocht, maar alweer nam de wind toe ’s middags. De havenaanloop naar het kleine haventje was niet al te duidelijk aangegeven, en omdat ze bij de ingang een grote gele kraan voor een baken hadden neergezet werd het er niet beter op. Echt grote jachten kunnen dit haventje niet in, en toen wij de smalle ingang heelhuids doorgekomen waren zagen we ook zo snel maar 1 plekje dat breed genoeg was; recht vooruit en pal aan lagerwal. Dit was veruit de kleinste en primitiefste haven van onze reis. Sanitair was beschikbaar op de camping; daarvoor moesten we wel de dijk over klimmen en een (drukke) weg oversteken. We hadden ons verheugd op eten in het restaurant Klabautermann (of in de vis-snackbar die helaas gesloten was); maar in Klabautermann moest natuurlijk ook weer contant worden afgerekend. En ons laatste contante geld had ik net aan de havenmeester afgestaan als borg voor de wc-sleutel 😒. En wifi was er ook al niet (jammer voor de jongens, maar zelf maal ik daar niet zo om op vakantie). Als troost heb ik toen maar heerlijke wraps uit de oven bereid… 🍕

Een Klabautermann is trouwens een soort kabouter die leeft op of bij schepen, en die zeelieden uit de Oost- en Noordzee redt. Hij draagt zeilkleding, heeft verstand van schepen en is ook nog muzikaal; eigenlijk de ideale opstapper dus!

Na Lippe zetten we koers richting Kiel. In de haven hadden we gelezen dat er tijdens de zomervakantie geen schietoefeningen zouden zijn; bij schietoefeningen was het verboden de haven in- en uit te varen begrepen we. Er zijn in dit gebied meerdere zones waar met allerlei soorten kogels en explosieven geoefend wordt; daarom staan er op de zeekaart verschillende schietgebieden aangegeven. ‘In het echt’ zijn deze gebieden met tonnen afgebakend en dien je er omheen te varen, ook als er niet geschoten wordt. Tijdens schietoefeningen varen er boten rond om het gebied af te schermen voor buitenstaanders, en worden er vanaf de kant lichtsignalen gegeven. Ongemerkt een oefening binnenvaren zal vast niet gebeuren!

Baken op de punt van een landtong bij Kiel, Friedrichsort. Let op de pijl die de vaarrichting aangeeft!

We waren weer in Kiel! Na wat zoeken vonden we kort na de middag een plekje in de jachthaven van Moeltenort, waar we eerder te gast waren geweest. Ondertussen bleek dat er een dag later ’s avonds een weergaatje ontstond om weer terug te kunnen varen naar Nederland. Om dat te kunnen halen, moesten we nu toch wel verder het NOK-kanaal op. Snel werden er boodschappen gedaan in de supermarkt vlakbij, terwijl ik water ging bijvullen en de boot klaarmaakte om nog diezelfde middag de tocht te vervolgen…

Lees meer over de terugreis in mijn volgende post!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *