Eilandhoppen met Tieners: ‘Vet Cool’!

Het idee … de Waddenzee

“Hebben jullie al plannen voor de zomervakantie?” Dit berichtje kwam binnen via de groepsapp ‘Zeilvakantie 2020’. Vorig jaar hadden we met 3 boten een prachtige tocht gemaakt naar de D-day beaches van Normandie. En blijkbaar begon het bij de anderen  nu ook te kriebelen. Zullen we ons aansluiten bij een georganiseerde tocht, of weer zelf iets plannen met onze vrienden van vorig jaar? En wat is er mogelijk gezien COVID en Brexit….? Veel vragen, en ook wensen. De wens om kleine havens te bezoeken, en om liever één lang stuk heen en kleinere dagetappes terug te varen. Uiteindelijk gaven we allemaal de voorkeur voor iets kleinschaligs, met weinig boten en kneuterige haventjes. Het plan voor de Deense en Duitse wadden was geboren!

Kijkend naar de leeftijden van de kids (7 jongens, in leeftijd varierend van 8-18 jaar) leek het ons leuk als er nog een 4e boot zou aansluiten met wat jongere kinderen. Na een oproepje via de Toerzeilers-website en ZeilNoord kregen we diverse reacties, maar helaas matchte steeds óf de diepgang óf de vakantieperiode niet. Deze wens bewaren we dus voor een volgende tocht…

Zonsondergang bij Vlieland

Oversteek naar Esbjerg

Ons plan was om vanuit Vlieland een lange oversteek te maken naar Esbjerg, Denemarken. Esbjerg is de meest noordelijk gelegen haven in het Waddengebied, dat zich uitstrekt van het pittoreske eiland Fanö tot ons eigen Texel. Esbjerg was van oorsprong een belangrijke visserijhaven, maar is tegenwoordig helemaal gericht op de talrijke windmolenparken. Met twee boten zeilden we het eerste weekend via Makkum naar Vlieland, en genoten daar van een prachtige zonsondergang terwijl we voor anker lagen. Tijdens de kentering was het zelfs nog mogelijk om even te zwemmen, wat een paradijs! Maar ’s ochtends ging de wekker alweer vroeg en pakten we het laatste restje uitgaand tij, het zeegat uit, op weg naar Denemarken. De oversteek verliep voorspoedig en was voor ons de langste tot nu toe. Onderweg sloegen we nog een paar makrelen aan de haak met ons drijvende vistuig. Wat smaakten die heerlijk, toen we eenmaal aangelegd waren in de gloednieuwe ‘lystbådehavn’ (haven voor plezierboten) van Esbjerg!

Mennesket Ved Havet bij Esbjerg

In de dagen die volgden, kwam ook de derde boot ter plaatse en hadden we genoeg tijd om de omgeving te verkennen (het ging namelijk een paar dagen flink waaien). De stormdeuren van de haven werden zelfs gesloten, iets wat volgens onze pilot ‘bijna nooit gebeurde, en sowieso niet in de zomer’. Gelukkig konden we ons goed vermaken in bijvoorbeeld het ‘Visserij- en Waddenmuseum’ en was er ook tijd om kleine reparaties uit te voeren. Uiteindelijk begon Esbjerg toch een beetje te vervelen, dus toen de wind iets afnam besloten we over te steken naar het eerste Waddeneiland, Fanö. Rond hoogwater gooiden we los voor een kort tochtje; om vervolgens (met onze 1.35m) door een iets te ruime bocht vast te lopen voor de kade van Nordby….. Het moet gezegd, dit haventje was misschien qua diepgang wel een beetje de grens opzoeken! Maar we kwamen vlot los en vonden een plekje naast de plaatselijke antieke rondvaartboot. Het dorpje Nordby op Fanö was met de oude boerderijtjes en stokrozen precies hoe je je een Deens dorpje voorstelt. Genietend van een heerlijk ijsje struinden we door de straatjes. Zo had iedereen de vakantie voor zich gezien!

Romo, Sylt en Amrum

Ondanks de geringe diepgang van onze 3 boten moesten we voor het vervolg van de reis steeds ‘buitenom’. Het wantij tussen Fano, Romo en Sylt is namelijk niet bevaarbaar omdat bij elk eiland een verbinding met het vasteland is aangelegd, dan wel een laaghangende hoogspanningskabel. Dus de tocht naar eiland nummer 2: Romø werd nog pittig…. Er stond nog een behoorlijke zeegang na een paar dagen storm, die zorgde dat helaas niet iedereen even fit op de eindbestemming aankwam. De snelle Yippie Yo had inmiddels al kwartier gemaakt en voor de twee andere jachten de meest geschikte plekken uitgezocht. De haven van Havneby was ingericht voor de veerboot en de visserij; dus niet erg sfeervol. De dagen erop vermaakten we ons echter uitstekend met een bezoek aan het kitebuggy-strand en een fietstocht over het eiland, waarbij ook het bekende theehuis niet overgeslagen werd. De jongens werden bevangen door een soort barnsteen-goudkoorts en struinden de stranden af op zoek naar deze bruine steentjes…

De trip naar het volgende eiland (Sylt) betekende dat we Denemarken zouden verlaten en Duitsland binnen zouden gaan. “Toch nog maar even checken wat de COVID-regels eigenlijk zijn…” Die regels bleken sinds ons vertrek weer veranderd; niet-gevaccineerde bezoekers uit Nederland moesten testen, 5 dagen in quarantaine, en dan weer testen. Dit wilden we de jongens niet aandoen, eigenlijk. Maar als we langer dan 10 dagen niet in Nederland geweest waren, dan was een negatieve test vóór vertrek voldoende. Negen dagen eerder hadden we voor het laatst losgegooid in Nederland, dus we besloten een dagje extra op Romø te blijven voordat we naar Sylt vertrokken.

De inwendige mens wordt goed verzorgd op Romo…

Het Duitse waddeneiland Sylt kent een haven in het noorden (List) en één in het zuiden (Hörnum). De laatste was onze bestemming voor de volgende dag. In tegenstelling tot de eerdere twee havens was deze heel beschut en ook duidelijk gericht op passanten. Vlakbij kon aan de Waddenzee-kant zelfs gezwommen worden in een beschut baaitje. Maar zonder fietsen was het lastig om de andere attracties op dit langgerekte eiland te bereiken. Dus de dag erop wilden we bij uitgaand tij toch weer het zeegat uit. Er stond nauwelijks wind, tijd voor de gennaker! Het volgende eiland stond op mijn persoonlijke verlanglijstje: Amrum. Onderweg ernaartoe voeren we langs een drooggevallen zandbank en konden de jonge zeehonden luid horen huilen, heel bijzonder! Er zwom zelfs nog een nieuwsgierige zeehond met ons mee, vlak naast de boot. Bij de aanloop naar het haventje was ‘t nog even spannend om tussen de prikken de juiste geul te volgen, en een geschikt plekje te vinden waar we niet echt zouden droogvallen. Amrum is een eiland dat in de pilot beschreven werd als ‘sprookjesachtig’. Inderdaad was het eiland zelf relatief weinig toeristisch, en bestond uit bos en kleinschalige akkers. Ik was graag nog een dagje gebleven, maar omdat de komende twee dagen een mooi weergaatje was voorspeld, besloten we om de volgende dag via Helgoland over te steken naar Spiekeroog. Zo gezegd, zo gedaan!

Huilende zeehondjes bij Amrum (tip: geluid hard zetten)

Helgoland … en door naar Spiekeroog

Met het uitgaande tij spoelden we na de kentering vlotjes naar buiten, richting het zuidwesten. Moby-Dick had er lekker de vaart in, met haar nieuwe verstaging, en ondanks technische problemen halverwege bereikten we eind van de middag allemaal goed en wel het rode rotseiland Helgoland. Daar hadden we nog tijd om bij daglicht reparaties te verrichten (zo fijn als je even met iemand uit je groep kunt sparren bij problemen!) en de Jan-van Gent kolonie te bewonderen. Prachtig zijn ze, die vogels!

Vanwege het weergaatje moesten we de volgende ochtend bij dageraad vertrekken, de kids nog op één oor. De haven verlaten was gezien de wind, die pal op de haveningang stond, nog wel even een klusje. Maar uiteindelijk konden we koers zetten richting Spiekeroog. Dat eiland heeft een klein haventje met een smalle uitgebaggerde geul voor de veerboot. Het eiland is erg de moeite waard om te bezoeken: het is kleinschalig, er rijden geen auto’s en de sfeer is zonder poeha, erg jaren-80. De zeehonden liggen zelfs op het strand, zo rustig is het er. Misschien voor de kids wel een beetje saai, dat ze op elk eiland alleen maar kunnen wandelen… maar gelukkig vonden ze elkaar met de bord- en kaartspellen die natuurlijk ook waren meegenomen. Of lekker naar buiten; er is altijd wel iemand met een idee en zo vermaakt iedereen zich goed. Zeker voor onze drie jongens, die nogal  in leeftijd en interesses verschillen, is in een groep varen een uitkomst!

Van Langeoog via Borkum naar Schiermonnikoog

Spiekeroog was voor ons een fijne beschutte ligplaats, maar na een rustdagje en een mooie ochtendwandeling trokken we via het wantij richting Langeoog. Eveneens een deels droogvallende haven, maar dit keer een flink grote. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was de Duitse marine hier gehuisvest, iets waaraan het enorme havenbekken nog herinnert. Ondertussen hield de wind zich de afgelopen dagen niet echt aan de voorspellingen, waardoor we nu op Langeoog twee dagen verwaaid raakten. Met het treintje reden we van de veerpont naar het dorpje; genoeg restaurantjes en winkels om de dag door te komen. En voor de jongste jongens, die dat al gauw zat werden, een mooie uitdaging om zelf met de trein terug te reizen. Voor de zekerheid liepen we nog even langs het station; gelukkig maar, want er viel een trein uit en anders hadden ze er de hele middag gestaan…. Wel stoer dat ze het samen gingen proberen! ’s Avonds aten we mosselen die we zelf geraapt hadden langs de zeedijk. Verser kan het niet!

Ondertussen waren we aan het rekenen geslagen; was er nog voldoende tijd om Nordeney en eventueel Juist aan te doen? Dat bleek na al het verwaaid liggen toch geen haalbaar plan meer. Maar niemand van ons was (recent) in Borkum geweest, dus dat werd onze volgende stop. Onderweg kregen we onverwacht een paar nare buien over, een dikke 9 Bft, maar zonder schade of ongelukken kwamen we in de schemering aan in Borkum. Het duurde dit keer even voordat iedereen een plekje had gevonden, want sommige Duitsers hadden wat moeite met het concept ‘dubbel liggen’. Gelukkig kon de plaatselijke SAR boot ons nog een vrij stukje kade wijzen. Borkum is voor kinderen overigens een leuk eiland, met weer een trein, maar bovenal ook een klimpark en een zee aquarium. We hebben ons er de volgende dag prima vermaakt en de voorraden aangevuld voor de laatste etappes.

Strandstoelen op Spiekeroog

De laatste stop voor onze groep zou zijn in Schiermonnikoog. Het was rond springtij, en daarmee de komende dagen diep genoeg om de haven van Schier te bereiken. De meesten van ons waren er nog nooit geweest, laat staan met de eigen boot, en dat idee sprak ons erg aan. De meanderende aanloop van uit het zeegat was prachtig, vond ik; maar de laatste mijl naar de haven wel spannend. Bij het invaren van de haven voeren we bij toeval over bakboord en door het diepste stuk; vlak achter ons liep Momo op stuurboord vast en had nog enige moeite om los te komen. Helaas was er voor de tri geen plek in de overvolle haven, en moesten ze droogvallen.

Schiermonnikoog voelde na de kille behandeling in Borkum als een warm bad; toen iemand hoorde dat we nog diesel moesten halen bood hij ons spontaan zijn fietsen te leen aan! Er was bovendien ruimte om samen een afsluitende BBQ te houden; een mooi moment om alle belevenissen nog eens door te spreken en elkaar alvast gedag te zeggen.

Via Vlieland naar huis…

Op de dag van vertrek uit Schier moesten we eerst eindeloos (zo leek het) wachten op hoogwater. Tijd voor klusjes. Bij het aanvullen van onze watervoorraad raakte ik in geprek met de buurman; hij moest ook water tanken en nam de slang van me over toen ik klaar was. Maar blijkbaar was hij toch wat afgeleid, want na een paar minuten kwam hij tot de vreselijke ontdekking dat er nu water in zijn dieseltank zat! Van alle kanten snelden hulpvaardige en technische mannen toe die hem hielpen met een noodtank en een tijdelijke toevoerslang richting motor. Ik voelde me opgelaten maar het leek goed opgelost. Bovendien: tijd om af te wachten was er niet, want anders misten we onze window van hoogwater en zaten we misschien nog wel een paar weken op Schier…. Koers dus richting Vlieland; tegen de tijd dat we daar kwamen was het wederom donker (niet prettig in een zeegat), behoorlijk winderig, en de haven vol (heel jammer want in het donker voor anker gaan in die condities doe ik liever niet). De snelle tri is ondertussen met een technisch euvel direct doorgevaren naar Harlingen. Momo ligt verderop voor anker en zien we de volgende ochtend als we het anker lichten. We zwaaien nog even bij de propvolle sluis van Kornwerd, en dan zijn we opeens weer ‘alleen’. Toch wel een abrubt einde van een zeer geslaagde zeilvakantie; ik had graag iedereen nog even persoonlijk gedag gezegd.

Een paar weken laten spreken we bij ons thuis af, om nog even na te praten en de laatste nieuwtjes uit te wisselen. En dan begint het stiekem alweer een beetje te kriebelen…. “volgend jaar misschien naar Londen?”

Nawoord: klik hier voor een overzichtskaart van de verschillende eilanden die we hebben bezocht. Mocht je na het lezen van dit verhaal meer willen weten, of misschien interesse hebben om samen op te varen, laat dan een reactie achter in het reactieveld onderaan de pagina of op de homepagina. Je bericht wordt niet zichtbaar voor andere lezers.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.